Als dromen moeten buigen

“Denk jij wel eens aan teruggaan naar Nederland?” vraag ik aarzelend in de ochtend aan Roy. De vraag hangt al een aantal dagen in de lucht, maar het uitspreken was lastig. Bang voor het antwoord en de mogelijke gevolgen voor onze dromen. De Covid-19 situatie knaagt aan mij. De wereldwijde cijfers met de oplopende besmettingen en doden check ik steeds vaker.  Wat als…? Stel dat…? Gaat het door mijn hoofd. Ik schud het al de hele week van mij af.

“Nee”, antwoordt Roy, “…daar ben ik ook nog echt niet aan toe.” gaat hij resoluut verder. Logisch natuurlijk want het plan is om nog zeker 7 maanden in Azië te blijven terwijl we onze dromen onderzoeken. Ik weet niet zeker wat ik van zijn antwoord moet vinden. Ergens lucht het mij op en tegelijk voel ik een onrust… Maar stel dat?

Voorzichtig vraag ik naar ‘het virus’

Het is vandaag 15 maart 2020, mijn verjaardag. Vandaag heb ik sinds ons vertrek met vele vrienden en familie weer even contact. Super leuk bijkletsen met al mijn loved-ones op één dag! Ze zijn zo ver weg nu we onze dromen onderzoeken en gelukkig toch zo dichtbij!

Ik kan het niet laten om voorzichtig te vragen naar het virus: “Hoe is het nou bij jullie? Merken jullie er iets van? Echt niet? Ben je bang? Maak je je zorgen?” Zonder uitzondering reageert iedereen dat het wel meevalt en dat wij vooral niet onze reisplannen moeten onderbreken. “Het zal wel loslopen met dat virus. Oh ja vanavond is er een persconferentie van Rutte.” wordt er nonchalant aan toegevoegd.

 

Moe van het vele reizen

We reizen al 6 weken door Thailand en sinds gisteren zitten wij in Trat, een plaatsje dicht bij de Cambodjaanse grens. Het is stil op straat, een paar verdwaalde toeristen zoeken naar iets dat er nauwelijks is. Behalve de 7Eleven, de supermarkt, is er weinig open. Taxi’s of stadsvervoer zie je niet, dus dat is lopen geblazen. Ik ben een beetje moe van het vele reizen en verlang er naar om even op één plek te blijven. Ik voel ook lichtelijk de druk om onze dromen handen en voeten te geven. Trat is nou niet echt het meest ideale, maar het hotel is goed en er is een zwembad. We boeken het hotel en een scooter voor de hele week. Even helemaal niets.

 

Verjaren in een Thaise pizzahut

We vieren mijn verjaardag met lekker uiteten, tenminste dat is het plan. Het diner wordt noodgedwongen de Pizzahut of all places. Wij zijn de enige klanten, hoewel het nog vroeg is is het tentje op de avondmarkt al opgebroken en de andere tentjes gesloten. Het oogt allemaal wat mistroostig, vervlogen tijden en daar zitten wij aan een pizza in Thailand. Het land met geweldig eten, maar voor nu niet echt.

Na het eten nemen we nog een afkoelende duik in het zwembad. Mijn gedachten dwalen af naar de gesprekken en berichtjes van vandaag, niets verontrustends en toch…

 

GO HOME! Don’t hesitate!

Het is zover. De persconferentie begint, via een livestream kijken wij naar Rutte. Doodstil zitten we op bed met de laptop tussen ons in.

De boodschap is serieus, de maatregelen zijn serieus. Het voelt zo raar om hier naar te luisteren, zo ver weg van daar. Het lijkt zo een onrealistische droom.

Scholen gaan dicht. De gevolgen die dat met zich meebrengen is natuurlijk enorm. Er is zeker niet lichtzinnig tot dit besluit gekomen, dat weet ik wel zeker. Het is serieus. En nu?!?
“Wat denk jij?” We kijken elkaar aan. Het is even een shock, onze dromen en plannen schieten door mij heen. Er komen allerlei appjes binnen. Ook uit IJsland ontvang ik een hele duidelijk boodschap van een bezorgd familielid:
‘GO HOME! Don’t hesitate!’

 

Onze regel nummer 1

Eigenlijk weten we al wat ons te doen staat. Voordat Roy en ik vertrokken uit Nederland hebben we afspraken gemaakt over wat voor ieder van ons een reden is om terug te keren. Op deze manier weten we vooraf wat de ander belangrijk vindt en hebben discussies of gesprekken al plaatsgevonden. Je kan maar beter weten wat te doen of wat voor de ander van belang is, zodat je op het moment dat het er toe doet geen discussies of twijfels hebt.

En nu dreigt juist onze regel nummer 1 –  binnen 24 uur thuis kunnen zijn wanneer de situatie daarom vraagt – met dit virus en de bijkomende maatregelen onmogelijk te worden. Roy checkt gelijk de vliegtickets, terwijl hij in de ochtend nog had aangegeven er niet aan toe te zijn is het nu glashelder: we gaan terug.

 

Inpakken en wegwezen

De prijzen vliegen omhoog terwijl we er naar kijken. Het is midden in de nacht, de volgende ochtend moeten wij richting Bangkok zien te komen. In de nacht van de 16e op de 17e vertrekt ons vliegtuig naar Amsterdam. We maken een strak plan voor in de ochtend die al bijna aanbreekt: inpakken, scooter weg, hotel cancelen, uitchecken, contact met het thuisfront een slaapplek daar regelen… en op één of andere manier wegwezen richting Bangkok.

 

Dichtgetapte broekspijpen en mouwen

Het vliegveld is spooky. Lange rijen voor een paar incheckbalies. De ene vlucht na de andere wordt gecanceld. Iedereen blijft gefocust op zijn eigen vlucht, dikke zuchten van opluchting of juist een kreet van ellende volgt bij elke verandering.

In de eindeloze rij, van met name Europese toeristen, stijgt de spanning. Niemand wil zijn vliegtuig missen en al kijkend naar de rij zie je van alles gebeuren. Natuurlijk heeft iedereen mondkapjes, dat was al eerder in Azië op de vliegvelden. Echter zo hier en daar zie je ook mensen met dichtgetapte broekspijpen en mouwen, plastic poncho’s, plastic handschoenen en zelfs enkele mensen met duikbrillen en andere oogbeschermers op.

 

Alles lijkt mogelijk en juist dát is nu beangstigend

Een Aziatische man loopt dwars over het verlate vliegveld op de rij af, in een soort maanpak… Dat is pas eng, ‘nee dit ís echt eng en het gebeurt nu’ probeer ik de realiteit tot mij door te laten dringen. Het lijkt wel een hele slechte film, waarvan je niet weet wie er gek is: hij of wij?!? Er heerst stilte en gelatenheid. Alles lijkt mogelijk en voor nu voelt dát alles juist erg beangstigend.

Het enorme vliegveld van Bangkok is verlaten, behalve onze rij met honderden mensen. Het wordt pijnlijk duidelijk dat er iets op wereldniveau speelt en het ons allemaal raakt. Er wordt voorgedrongen, niet leuk, maar toch lijkt iedereen het gelaten te accepteren.

 

De jongen met zijn backpack

Een jongen van hooguit twintig wipt van zijn ene been op zijn andere en kijkt paniekerig uit zijn ogen. Hij vraagt de man voor hem of hij op zijn tas wilt passen. De man knikt naar de tas waarop de jongen wijst. De jongen wurmt zich razend snel door de rij, hij duikt onderdoor en overlangs de gespannen touwtjes die de rijen van elkaar scheiden en de rij dirigeert naar de incheckbalie. Even later komt hij terug. Zijn vlucht gaat bijna, hoor ik hem hardop zeggen. Niet dat iemand reageert, ik observeer hem van een afstand. Hij doet mij denken aan mijn kinderen. Even later wordt er geroepen of er nog iemand met een bepaalde vlucht mee moet. Het lijkt wel of iedereen het liefst ja wilt roepen, weg van hier… De jongen pakt zijn backpack en bedankt de man voor hem en wenst iedereen succes. Hij is weg, hij haalt het. Zijn geluk en opluchting druipen letterlijk van hem af, tranen vermengen zich met zijn zweetdruppels.

 

En onze dromen dan?

Ook wij halen het. Er heerst een collectieve opluchting in het volle vliegtuig.

Het wordt een onrustige terugvlucht. We zijn blij dat we teruggaan en toch ontstaan er zoveel vragen. Waar gaan we wonen zolang we niet naar Azië terug kunnen? Ons huis is verhuurd, we zouden immers nog lang niet terugkomen. Waar gaan we van leven? We hebben geen inkomen meer, we hebben spaargeld voor onze Azië reis…maar Azië is echt wel goedkoper in levensonderhoud. En last but not least: en onze dromen dan? 

Ik zou op zijn minst moeten hyperventileren met zoveel onzekerheid

We voelen geen stress, al vind ik stiekem dat ik toch op zijn minst zou moeten hyperventileren bij zoveel onzekerheid. Niets is minder waar…

Het allerbelangrijkste is dat we straks weer dichtbij zijn. Dichtbij de mensen van wie we houden. De rest is bijzaak. Het lost zich vanzelf wel op en voor de eerste periode kunnen we terecht in het ouderlijk huis. Avonturen leven gaat het zeker worden, nu alleen in eigen land.

 

Vrije lucht zonder mondkapje

We gaan even de benen strekken. We lopen door het vliegtuig naar het keukentje achterin. Mondkapjes nog steeds op. Ik pak wat water en bedenk, terwijl ik in de rij sta om naar de wc te gaan, dat ik mijzelf zo op een wijntje ga trakteren. Ik doe mijn mondkapje af om mijn water te drinken…Heerlijk lucht, vrije lucht. Al voelt het stiekem en ook niet echt heel verstandig maar pfff wat is het lekker dat ding af…

 

Ze drinkt het er toch niet dwars doorheen of wel?

“Pop?!?” een hoog geblondeerde dame van de andere kant van de keuken wijst mijn kant op. Haar hoofd iets achterover gekanteld, waardoor haar neus in de lucht wijst, al zit die goed verborgen achter het masker.
”Effe opdoen schat” gaat ze streng verder terwijl haar wijsvinger op en neer beweegt van mijn kin naar mijn neus. In haar andere hand houdt ze een grote beker met vermoedelijk witte wijn. Gedwee en lichtelijk betrapt doe ik mijn masker voor. Van binnen mopper ik op mijzelf, ik erger me stiekem flink aan mijn gehoorzaamheid. “Goed zo, pop! Beter! En nu ophouwen hor, geen moment afdoen” voegt ze er streng maar goed bedoeld achteraan.

In mijn hoofd vraag ik mij af hoe ze haar wijn drinkt, het is nogal een bel en met haar mondkapje op…Ze zou het er toch niet dwars doorheen drinken of wel?

 

Het is zeker wel Corona

“Hoe drink je dan?” Wijs ik op haar beker wijn, mijn nieuwsgierigheid niet meer kunnen bedwingen.

“Nouw so” en heel kort lift ze het onderkantje van haar mondmasker op, gooit haar hoofd in haar nek en giet een enorme slok achter in haar keel. Ik moet lachen, maar dat kan ze alleen aan mijn ogen zien als ze goed oplet.

“Weet je pop, het is ech belangrijk hor … er ging een gozer net dodelijkziek bij de stewardessen naar boven. Het is seker wel Corona, ze hebbennuhm gelijk geïsoleerd… Dat wil je niet hebben hor pop. Dus lekker ophouwen dat ding. Liever so benauwd dan ziek benauwd…” grapt ze met een lichtelijk wrange ondertoon er achteraan. Het resterende kwart van haar beker giet ze gelijk behendig onder haar masker achterover.

Ik ben niet gerust met de boodschap van deze heerlijke Amsterdamse blondine…

 

Terug naar Bangkok

Na de plaspauze gaan we snel weer zitten. Ik vertel Roy over de vrouw en de jongen, terwijl ik mijzelf betrap op het screenen van de directe stoelen om ons heen. Gelukkig allemaal bezet.

De wielen raken de landingsbaan. So far so good we zijn er. Het vliegtuig remt en blijft in beweging, naast het vliegtuig rijden er allemaal gele autootjes en een ambulances met zwaailichten mee. We taxiën ver voorbij de slurfen … niemandsland. De mensen om ons heen worden onrustig. “Nee”, fluistert een dame angstig, “we moeten vast terug naar Bangkok, we worden niet meer toegelaten.”

“Nee joh we worden in bussen afgevoerd”, zegt een man al wijzend op de 8 bussen die er staan, “we moeten vast in quarantaine.” gaat hij twijfelend verder.

 

Ambulances omsingelen het vliegtuig

Ambulances en gele ‘authority’ autootjes met zwaailichten omsingelen het vliegtuig. Er wordt ons niets gezegd. We staan stil en kijken uit de raampjes recht in de ogen van het personeel buiten. Ze lijken te kijken én te overleggen, maar er lijkt weinig te gebeuren zo op het oog. Geen deuren die worden geopend of trappen die worden gekoppeld of ‘this is the captain speaking’ – niets van dat alles.

Wij vertellen aan de dame achter ons dat er iemand ziek is aan boord en dat daar vast de ambulances voor zijn gekomen.

 

Makkelijk om te veroordelen, wanneer het niet jezelf betreft

“Oh”, zegt de dame voor ons, “Hij is dus toch echt ziek geworden. Ik zat met een jongen in de bus die een beetje ziek was…Hij was bang dat hij niet mee mocht en wilde absoluut naar huis.”
‘Lekker dan’ popt het in mij op. Al gauw denk ik dat ik wellicht hetzelfde had gedaan, al geef ik dat liever niet toe…en als het één van mijn kinderen betrof dan had ik onomwonden gezegd: “Zorg dat je dat vliegtuig in komt, kom naar huis.” Makkelijk om te veroordelen wanneer het niet jezelf betreft. Dus ik begrijp het.

 

“Houdt uzelf de komende 2 weken in de gaten”

De jongen wordt uiteindelijk van boord gehaald door mensen in beschermende pakken. Het meisje voor ons roept “Ja dat is ‘m, daar zat ik uren mee in de bus…” Ze ratelt nog wat verder, terwijl ze uit haar raampje kijkt. Ongemerkt neemt iedereen wat afstand tot het meisje. We zien uit ons raampje hoe hij wordt afgevoerd de ambulance in. Dan is het wachten. Een vliegtuig vol ‘en wat moeten we er mee’ lijken ze te denken. De ‘Captain’ gaat dan toch praten en het vliegtuig komt in beweging richting aankomsthal. Iemand van de GGD spreekt ons vanuit de luidspreker toe: “Houdt uzelf de komende 2 weken goed in de gaten en neem contact op indien u ziek wordt.” Alsof je dat al niet zou doen, maar goed we mogen dan eindelijk midden in de nacht het vliegtuig verlaten. Vanachter de andere zijde van het glas kijkt het grondpersoneel hoe wij richting de bagagehal lopen. Het voelt raar om zo bekeken te worden.

 

En onze dromen buigen mee…

Het vliegveld is leeg. Alleen bagageband 22 is onnatuurlijk druk. Het is duidelijk dat Schiphol nog niet weet hoe om te gaan met deze nieuwe situatie; de bagage van nog 3 binnenkomende vluchten komen allemaal tegelijk aan op band 22. We staan met vele honderden mensen rond 1 bagageband te wachten, de overige bagagebanden zijn leeg en staan stil.

Er heerst een rare sfeer. Het is onnatuurlijk stil voor zoveel mensen op een kluitje… En toch voel je een enorme verbondenheid door de opluchting van iedereen dat het gelukt is en de spanning over de onzekerheid van nu.

Wij zijn weer terug….en onze dromen buigen mee.

Wil je op de hoogte blijven?

Leuk! Meld je nu hier aan en wij houden je op de hoogte van onze verhalen en activiteiten.

2 Reacties

  1. Gonneke

    Het leest als een spannend verhaal, erg goed geschreven Katrin.

    Antwoord
    • Katrín

      Dank je wel Gonneke!

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Share This

Interessante pagina?

Deel de pagina dan via jouw sociale media. We zijn je dankbaar!