“Juf, ik ga pas terug wanneer ik een stem heb”

Lang leve Artikel 28 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Sagal mag naar school, samen met haar zusje. Sagal is 17 en daarmee lopen haar rechten af. Ze heeft op elf locaties door het hele land gewoond, toegewezen door de staat. Wanneer ik haar spreek, heeft zij in de vijf jaar dat ze in Nederland is zes scholen bezocht, los van de lessen in de verschillende AZC’s. Ze heeft afscheid genomen, vele malen. Nederland bestaat voor haar uit afscheid nemen van dat wat haar lief is, dat wat ze opbouwt en altijd weer moet achterlaten. 

Alsof je een boek leest

“Juf, mijn hart weet” zegt ze met gesloten ogen. “Mijn hart kan uw hart vertrouwen en binnen laten.” Ze heeft een prachtig rond fijn gezichtje, hoge bronzen appelwangetjes en zachte, nog gesloten ogen, met een bos donkerzwarte haren die zich niet laten temmen. Voor mij zit een wijze vrouw van 17. Mijn hart wordt geraakt terwijl zij verder praat: “Onze harten kussen elkaar en daarom kan ik de schaduwzijde van mijn hart met u delen.” Ze gebruikt prachtige woorden en zinnen. Met haar zachte stem neemt ze mij mee naar haar wereld. Praten met haar is alsof je een boek leest.

Ik kan je naam niet noemen

Sagal noem ik je. De betekenis van deze Afrikaanse naam doet mij aan jou denken: ‘Ochtendstralen van de zon tijdens het regenseizoen’, net zo poëtisch als de woorden die jij gebruikt tijdens onze gesprekken. Zonnestralen van hoop en een nieuw begin, tijdens een periode van regen. Jij bent de zonnestraal. Je hebt mijn leven verrijkt en via mij heb je indirect veel anderen geholpen.

Een negatief advies

“Wij zijn van Sudan gevlucht vanwege vrouwenbesnijdenis. Hier zouden wij leven, net als de rest van de mensheid, dat dacht ik” zingt ze bijna plechtig. “In Sudan weet je wat je begin is en wat je eind, hier in Nederland weet je niets over de loop van het leven.”
Het is stil, terwijl haar woorden nog in de lucht hangen.
“Het ergste van alles is, dat we niet geloofd worden…” ze vertelt over de eerste keer dat ze een negatief advies kregen, hoe angstig en verdrietig dat was voor haar en haar familie. “Niet geloofd…” zegt zij nogmaals.

Een cultuurbotsing in mijn brein

“Mijn moeder heeft zoveel problemen door wat haar is aangedaan, haar lijf is niet heel en zal dat nooit meer worden. In mijn dorp… wacht, ik zal mijn dorp tekenen, dan neem ik je mee…” Ze pakt een papier uit de printer en begint enthousiast te tekenen. Ik kijk.
Rondjes! Allemaal rondjes!! Huh? Huizen zijn toch hoekig?! gaat het in mijn hoofd. Ik grinnik: Ah, een cultuurbotsing in mijn brein.

Kader Abdolah – Het dak van de moskee

Ik denk aan de lezing van Kader Abdolah tijdens een studiedag voor hulpverleners over interculturele communicatie. Hij beschreef de wijze van communiceren vanuit de Arabische-Islamitische cultuur aan de hand van het dak van de moskee. Terwijl hij met zijn vinger in de lucht het silhouet van de moskee volgt, vertelt hij op welke wijze belangrijke zaken worden besproken in zijn cultuur: “Je begint over de familie, je drinkt zoete thee en eet nog zoetere koekjes… en… je drinkt nog meer zoete thee.” Zijn vinger in de lucht is nog slechts bij het begin van de denkbeeldige ronding van de moskee. Het puntje blijkt het doel van het gesprek. “Je informeert ook nog naar de achterneven en nichten. Je gaat heel langzaam richting je doel van het gesprek, je kiest je woorden zorgvuldig” gaat hij verder, terwijl zijn vinger dichterbij het puntje van de moskee komt. “En dan vertel je je boodschap. Maar denk niet dat je er al bent. Het afronden is even zo belangrijk als de opbouw. Je vraagt naar de familie en de toekomstige plannen of dromen die de familie heeft en je drinkt nog een zoete thee en bedankt liever niet voor het zoete koekje.”

De kerktoren 

Prachtig! Het dak van de moskee heeft mij vaak geleid in vele gezinsgesprekken en gebracht bij wonderlijke oplossingen. Nederland? Ik zie het als een kerktoren: Met een rechte lijn omhoog recht op je doel af en eenmaal daar ga je recht omlaag, om tot een snelle afronding te komen. No nonsens, tijd is kostbaar en familie is privé. Ja, er zijn natuurlijk uitzonderingen.

De wind die de rode stof van de aarde doet opwaaien

Een rondje markeert ze als haar huis. Terwijl ze haar verhaal doet, tekent ze lijntjes tussen de ronde hutten. Het is de weg die ze loopt naar wie voor haar belangrijk waren. Ze laat mij zien waar haar vriendin woonde. Ze lacht en haar ogen stralen wanneer ze over haar praat. Ze hadden het over jongens en hielpen elkaar met de geiten en koeien. Ze neemt een diepe ademteug, alsof ze weer helemaal thuis is. “Ik mis de lucht van de aarde, de sidderende hitte” zegt ze. Ze verlangt naar de wind die de rode stof van de aarde doet opwaaien en haar huid bedekt met een poederlaagje. Ze mist de zon die de hemel rood kleurt. “Zou je terug willen?” vraag ik haar. “Ohhhh nee” zegt ze. “Nu nog niet. Juf, ik ga pas terug wanneer ik een stem heb.” Ze klinkt  krachtig en strijdvaardig. Ik kijk haar vragend aan en geef haar de tijd. In de stilte ligt haar vrijheid.

“Juf, ik wil strijden voor de rechten van de vrouw”

Ze begint aarzelend, ze spreekt haar verlangen voor het eerst uit, de gedachten leven echter al lang in haar hart. “Juf, ik wil strijden voor de rechten van de vrouw, over de hele wereld, maar ik begin in Sudan tegen de vrouwenbesnijdenis.” Ze neemt een diepe ademteug: “Ik heb het beloofd, met mijn hart aan mijn vriendin in Sudan.” Ze vertelt over de vrouwenbesnijdenis, het ritueel en hoe dit wordt uitgevoerd. Het is zo gruwelijk, dat ik de woorden niet kan herhalen.

Doodgebloed

Op een dag komt haar vriendin niet uit haar hut. Hoe ze ook probeert, ze kan niet meer bij haar komen. “Ik hoor haar nog schreeuwen, haar schreeuw zit in mijn lijf opgesloten, ik weet niet wat ik enger vond; haar schreeuw of de stilte die daarna ontstond. Ik heb haar nooit meer gezien, ze is doodgebloed. Vlak daarna zijn wij midden in de nacht gevlucht. Het dorp accepteert geen onbesneden vrouwen. Mijn ouders hebben voor mij en mijn zusje gekozen, het leven voor hen is nu zo zwaar geworden.”
Sagal is duidelijk in gedachten en dan zucht ze: “Mijn hoofd vraagt zich af of ze spijt hebben, mijn hart weet dat ze leven voor ons welzijn.”

Het leven in het opvangcentrum

“De onzekerheid van het leven in het opvangcentrum is vreselijk, je weet niet wat er de volgende dag gaat gebeuren. Elke dag komt er een bus om mensen op te halen en waar ze heen gaan weet je niet. Gaan ze terug naar hun land, dat zij vaak met gevaar voor hun leven hebben moeten verlaten? Of gaan ze naar weer een ander opvangcentrum?” Ze kijkt mij verdrietig aan. Ik luister en heb geen woorden.

Alsof je in de hemel komt

“Ik had het gevoel dat op een dag deze bus ook mij zou ophalen. Een man kwam met een lijst en klopte op bepaalde deuren en zei dan ‘Transfer’. Mensen waren blij en anderen weer niet. Toen werd er ook op onze deur geklopt. Wij mochten naar een van de Waddeneilanden. Het was alsof je in de hemel komt. We mochten echt naar school, ook konden we turnen. Mijn broertje zat op voetbal. Mijn ouders mochten iets doen, werken of de gemeenschap helpen, waardoor zij minder stress voelden voor de toekomst. We hadden daar dezelfde rechten als de mensen. We mochten er zijn, ook wij kregen een kortingskaart voor de boot, net als de andere mensen. Ik was altijd bezig en had veel vrienden, mijn hart zong.”

Ze valt weer stil, alsof ze nog even naar het lied van haar hart luistert. Het is duidelijk dat ze voor even geluk heeft gekend in Nederland.

28 dagen om te huilen

“In een brief kregen wij 28 dagen. 28 dagen om ons leven af te sluiten. 28 dagen om in te pakken. 28 dagen om afscheid te nemen. 28 dagen om te huilen. We mochten niet blijven en moesten ons ergens melden.” Ze krijgt tranen in haar ogen. “Iedereen kwam naar de boot, het hele dorp, om ons uit te zwaaien. We hebben die nacht geslapen ergens bij een station in een stilstaande trein, de conducteur maakte die voor ons open. We wisten niet wat we moesten doen, want ons weer melden stond gelijk aan teruggaan naar Sudan.”

Een verjaardag van geen rechten meer

Maar nu zit je hier. Stap voor stap. Wat is er nodig om je diploma voor je 18e te kunnen halen? Stage lopen blijkt lastig zonder status. Een ongelooflijke lieve creatieve leraar, verantwoordelijk voor de stages, heeft een plan. Niet volgens protocol, niet volgens de richtlijnen, maar recht uit zijn hart. Sagal mag bij zijn dementerende moeder alle opdrachten uitvoeren, onder begeleiding van de verzorger, dat regelt hij. Zo voldoet ze alsnog aan de eisen en daarmee zijn haar kansen op haar diploma weer vergroot. Sagal heeft immers geen herkansing, haar verjaardag ligt op de loer. Iets wat anderen met trots vieren, 18 jaar, het is toch een bijzonder getal. Voor Sagal voelt het als een verjaardag van geen rechten meer, geen bescherming en niet meer kunnen doorleren.

“Ik kon gewoon niet meer bidden”

Sagal werkt illegaal, om haar familie te onderhouden. De familie krijgt vanuit de kerk donaties, een voedselpakket en een kamer waar het gezin een klein beetje huur voor moet betalen. Sagal maakt in de avond, en soms in de vroege ochtend, hotelkamers schoon.

“Ohhhh juf, ik ben zo moe” zucht zij na een zware nacht op het werk. “Ik kon gewoon niet meer bidden” fluistert ze.

Mijn hart kust jouw hart

Ik vertel haar dat ik heb gehoord dat wanneer er een goede reden is waarom je niet hebt gebeden, je deze mag inhalen. “Klopt dat?” vraag ik haar. “Ohhh nee” zucht ze en grinnikt een beetje beschaamd. “Ik moet er niet aan denken dat ik alles zou moeten inhalen. Ik weet niet wat morgen mij brengt, ik zou de tel kwijtraken. “Maar”, gaat ze verder, “weet je wat ook mag, nou ja soms dan…” Ik kijk haar nieuwsgierig aan. “Wanneer ik dan eindelijk in mijn bed lig bij mijn zusje, doe ik het zo…” Ik kijk naar haar wijsvinger terwijl ze deze op en neer buigt. “Ik zeg het gebed en buig mijn vinger, in plaats dat ik op mijn tapijt op mijn knieën de buigingen maak, doe ik dat in het klein met mijn vinger.” Mijn hart glimlacht. Wat een goede vondst van Sagal om haar leven op deze wijze iets te verlichten.

Lieve lieve Sagal, waar je ook heen bent vertrokken, waar het leven jou ook gebracht heeft, mijn hart kust jouw hart.

Katrín Gudmundsson – De Juf die geen Juf is
Eind  2020 worden mijn columns gebundeld en uitgegeven in het boek ‘De juf die geen juf is’. Super spannend en leuk! Wil jij op de hoogte blijven, stuur dan een mailtje naar Katrin@droomdurfdoe.nl of maak gebruik van het contactformulier op de website en ik laat je weten zodra het boek gereed is.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This

Interessante pagina?

Deel de pagina dan via jouw sociale media. We zijn je dankbaar!